Talkshow MPJC: Toekomst Nederlandse medialandschap

Aan het einde van de middag was er een talkshow onder leiding van Joost Karhof over de toekomst van het Nederlandse medialandschap. Deelnemers: Henk Hagoort (voorzitter Raad van Bestuur Publieke Omroep), Jan Muller (directeur, Beeld en Geluid), Arian Buurman (directeur STER), Mirko Mensink (director Corporate Development, Ziggo) en  Rob Haans (uitgever, Volkskrant).  

Henk Hagoort: De Telegraaf is begonnen met het publiceren van programmagegevens in de krant. Het van tevoren prijsgeven van dit soort gegevens is niet belangrijk.  Auteursrechten horen bij een programma, die kun je niet zomaar weggeven. Als we daarmee echt de kranten zouden kunnen redden zou ik wel willen gaan praten. Het maakt de publiek omroep echter wel kwetsbaarder: Omroepgidsen werken ook met die gegevens we willen dat deze concurrentie gaat krijgen met gidsen van de krant.

Rob Haans:
Ik vind het een mooi moment om programmagegevens voor iedereen beschikbaar te maken.  Kranten springen er niet om, maar het haakt aan bij het gemaakte werk door de publieke omroep: het past erbij. Eerlijke concurrentie betekent samenwerking.

Mirko Mensink: Ja, maar we willen er niet meteen geld voor betalen.

Henk Hagoort: Samenwerking is prima als iedereen doet waar hij goed in is.

Rob Haans: Door de tendens van convergentie: staan we niet langer naast elkaar, maar komen we langzamerhand op elkaars terrein. Dit geldt niet alleen voor de content, maar ook voor de wijze van exploitatie. In het verleden zijn er al succesvolle samenwerkingen met publieke omroep van de grond gekomen.  Alleen gaat dat niet veel niet veel verder door de huidige wetvorming en kartelvorming. Daarbij blijft de vraag of de gegevens gematerialiseerd worden. Op dit moment staat de wet in de weg voor exploitatiemogelijkheden. Tegelijkertijd willen we het materiaal ook voor onszelf kunnen gebruiken.

Henk Hagoort: Wat mij betreft hebben derden recht op ruw materiaal. Het vormen van compleet eigen content is niet handig.

Jan Muller: Wij zoeken voor archief plus duiding nieuws plus metadata. Dat willen we best delen mits er een goede manier van samenwerking ontstaat, waarbij het duidelijk is wat ieders rechten zijn in het proces.

Rob Haans: Ja maar we zijn er nog niet. Op dit moment lijken de eerste stappen te zijn gezet. Daarna is er meer nodig, dat is onvermijdelijk. De Volkskrant heeft een eigen stem en een eigen context.

Henk Hagoort: Het beeld- en geluidsmateriaal uit Uitzending Gemist kun je prima gebruiken. Of je kranten echter ook toegang moet geven tot het ruwe materiaal, is eigenlijk een grens voor mij, misschien wel een harde grens. Want wat verdien je ermee?  

Rob Haans: De Volkskrant is een onderneming met een winst- en verliesrekening. Dat is een compleet ander model dan de publieke omroep. De relatie met onze achterban is zeer direct. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de krant verdwijnt. Momenteel worden er gemiddeld 4,9 miljoen kranten per dag rondgebracht. Ik ben er daardoor van overtuigd dat er in 2015 nog steeds miljoenen kranten zullen worden gelezen. Laten we dus wat optimistischer zijn, we zijn veel te negatief.

Arian Buurman: De STER is ingehuurd om de audiovisuele content op radio, televisie en internet zo goed mogelijk te verzorgen. Het geld dat wordt binnengehaald gaat door naar OC&W. De minister verdeeld het en de publieke omroep wordt er mede door gefinancierd. Nu ben ik niet op voorhand tegen het beschikbaar stellen van programmagegevens, maar de organisatie hiervan is wel cruciaal. Want weliswaar beschikt de Volkskrant over een winst- en verliesrekening, dit iets is totaal anders dan bij de publieke omroep, waar wettelijke bepalingen uitmaken wat wel en niet kan. Daarom moet binnen de huidige wet gekeken worden wat wel of niet kan.

Mirko Mensink:
Een vervelend dag voor u vandaag? Toch is de situatie wel apart in zoverre dat er gepraat wordt over een heffing van twee euro per kabelaansluiting. De vraag is of fietsen duurder zou moeten worden doordat slecht zou gaan met de auto-industrie? Nou nee, iedere industrie moet haar eigen business omhoog kunnen houden. Vindt hiervoor desnoods een nieuw businessmodel uit.

Rob Haans:
Stelselmatig wordt door de overheid 2 miljoen door middel van de STER binnengehaald. Het geld komt dus binnen via de STER. Omdat het slecht gaat met de kranten, zou de maatschappij door het invoeren van de nieuwe maatregelingen in een strafmodus terecht komen. Daarbij zie ik een organisatie die gewend is van oudsher projecten zelfstandig overeind te houden, eerlijk gezegd, niet zo snel transformeren..

Arian Buurman:
Het is belangrijk dat iedere partij fde eigen taak zo goed mogelijk doet. Veel krantenbedrijven roepen dat de STER de markt zou verstoren. Dit heeft te maken met het feit dat media anders wordt geconsumeerd dan de krant. Zo wordt er gemiddeld 3 uur per dag naar de televisie gekeken. Kranten hebben een heel ander probleem: een commercial kan nu eenmaal niet in de krant. De papieren variant is gewoon niet meer de enige vorm, die nieuws biedt. Daarom is hun bereik kleiner geworden. Vechten voor aandacht is hierbij niet een echte oplossing.

Henk Hagoort:
Ik denk dat we gewoon moeten wennen. Vroeger wilde ook niemand kijk- en luistergeld betalen. Dat dit in Nederland is afgeschaft, dat is toch behoorlijk uniek. Zo betaal je 140 euro per jaar voor de BBC in Engeland en ook in andere landen worden dit soort gelden betaald. Volgens mij moeten we het niet te snel afschieten.

Rob Haans:
De kijk-en luistergelden stonden gelijk met het kostenniveau.  

Henk Hagoort: En door de afschaffing van deze kijk en luistergelden, is het idee van gratis televisie alleen maar verder gevoed. Feit blijft dat het krantenmodel als businessmodel niet meer functioneert. Dit is de CORE. Hetzelfde probleem speelt ook in de Verenigde Staten. Het is een internationaal fenomeen. Nederland is niet de oorzaak van het probleem en daardoor kunnen we het ook niet oplossen. Het businessmodel kan dus niet worden gered, maar de structuur moet veranderen.

Jan Muller: Toch vind ik het voorstel omtrent de nieuwe maatregelingen niet van grote visie getuigen. Het internet platform is vooral voor de professionele markt en minder voor het grote publiek.

Mirko Mensink: Of het haalbaar is, blijft moeilijk in te schatten. De prijzen voor de publieke omroep liggen nu eenmaal anders. Voor 6,25 euro kun je in de Europese Unie nergens televisie kijken.  De vraag blijft of je de ene industrie moet gaan inzetten om een andere industrie te redden. Wij moeten zelf constant blijven investeren in infrastructuur. Content kan daardoor het best door kranten zelf worden geëxploiteerd.

Rob Haans: Met het introduceren van 140 - 150 Euro mediageld kan meteen de hele sector worden gesteund. Beter een grote stap dan een halve, zou ik zeggen.

Henk Hagoort: En er komt zeker een vorm van kijk- en luistergeld terug. Dat is gezond voor de sector en het komt de professionele journalistiek ook zeker ten goede. Tegelijk moet er altijd enige vorm van regelgeving vanuit de overheid komen, zodat de journalistiek op twee benen kan staan.

Rob Haans:
Met betrekking tot de subsidie financieringsvorm: als dat de content gaat beïnvloeden dan houdt het voor ons als Volkskrant op: de krant is immers onafhankelijk en pluriform.

Henk Hagoort: Wij sluiten inmiddels een prestatieovereenkomst, waarin 150 doelstellingen zijn opgenomen, die de verschillende doelgroepen moeten dienen. Deze doelstellingen drukken door het aangeboden pakket van programma’s door. Wetgeving is er nu eenmaal voor periodes van slecht weer.

Arian Buurman: Verschillende taken, verschillende doelgroepen. Programma’’s voor een klein publiek zijn relatief duur. Het zou dus zeker schelen als een deel door de markt gefinancierd zou worden, dat scheelt de belastingbetaler alleen maar geld.  

Joost Karhof: Maar hoe zit het precies met de ontwikkeling van massamedia als we kijken nar de sporen van gebruikers?

Mirko Mensink: Er bestaat een bewaarplicht: we weten niet inhoudelijk wat mensen doen, wel kunnen we inschattingen maken van hun wensen. Eindgebruiker kunnen vervolgens zelf beslissen of hij/zij advies wil hebben. Dit heet service bieden. Op basis van netwerkgegevens kan de aangeboden content beter gepersonaliseerd worden.  

Henk Hagoort: Wij zetten geen persoonsbestanden op het Internet, daarmee moeten voorzichtig zijn. Nederland zit op het gebied van auteursrechten lastig in elkaar. Alleen al de publieke omroep is in de weer met 30 auteursrechtenbedrijven. Het is een waar oerwoud: laten we daarom de bomen omkappen. Maar dit blijft een lastig gegeven, want je kunt niet iemand van zijn rechten onteigenen…

Mirko Mensink: Maar als we de rechten omtrent Uitzending Gemist bekijken, van wie zijn die dan eigenlijk?  

Jan Muller: Uitzending Gemist is dieper doorzoekbaar en vergt extra beeld- en geluidsbewerking. Inderdaad bestaat er een risico dat men ermee aan de wandel gaat, maar dat houd je niet tegen. Het komt gewoon ergens in de crowd terecht.

Mirko Mensink: Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dat wil niet zegen dat je alle informatie ook op je scherm krijgt. Het vinden van informatie is een ware kunst. Misschien dat we op dit gebied nieuwe diensten moeten leveren.

Arian Buurman: Met betrekking tot Uitzending Gemist is  er wel  gewoon reclame. Kijkersprofielen zijn hierbij belangrijk, want voor adverteerders is het belangrijk doelgroepen te kunnen differentiëren.  

Henk Hagoort: Inderdaad, het gaat om de doelgroep.

Arian Buurman: Klopt, zo wordt bijvoorbeeld ‘NOVA’  door meer mannen dan vrouwen bekeken, is het merendeel hoogopgeleid en behoort het tot het krantenpubliek.

Joost Karhof: Wat gebeurt er eigenlijk met reclame omtrent het uitgesteld kijken?

Arian Buurman: Non-lineair of lineair kijken, dat kan elkaar versterken. Nu besteedt de gemiddelde Nederlander 3 uur per dag aan televisiekijken, maar dit zal in de toekomst zeker minder worden. Dat is natuurlijk ook verschillend per doelgroep. In ieder geval blijft de televisie een krachtig  massamedium en er komt door de komst van Internet iets extra’s bij: de kracht van online video. Online video en de televisie kunnen elkaar versterken.

Rob Haans: Kranten hebben van oudsher te maken met een uitgestelde leeservaring: de krant blijft bestaan, ook al lees je het later. Op internet zal in de toekomst steeds meer gebeuren, daarom is het nodig om ook hier een positie in te nemen.  

Hendrik: De opdracht van de STER is het neerzetten van audiovisuele content en dit terug te verdienen via  de burgers. Op internet komen we elkaar allemaal tegen, dus het is nodig hier een rolverdeling aan te brengen.  Zo draait de publieke omroep eerder om audiovisuele content en is het daardoor  aannemelijk dat online meer audio en video wordt aangeboden dan tekst.  Hier hebben de kranten een punt. In ieder geval is het niet de bedoeling om de STER te verbannen naar een analoog reservaat. In principe heeft iedere partij recht op een online bestaan, alleen moet de verschillende vormgevingen daarvan onderling op elkaar worden afgestemd.

Arian Buurman: Er gebeurt veel en wat gaat het betekenen? Waar het ons raakt, daar doen we onderzoek. Wat wel en niet mag vergt nog meer onderzoek. Tegelijk verruimen nieuwe technologieën het huidige hokjesdenken, zodat we kunnen gaan nadenken over hoe de mediaconsument profijt kan blijven hebben van de verschillende media-uitingen en op welke manier de STER nog steeds een interessante bijdrage kan blijven leveren.

Mirko Mensink: Toch hebben we in zoverre met hokjes te maken dat de mediaconsument wel in verschillende doelgroepen kan worden ingedeeld. Als het gaat om kijkgedrag vertonen bijvoorbeeld gebruikers boven de 35 jaar vertonen meer zap-gedrag, daaronder vindt meer crossmedia gebruik plaats. Digitale televisie is hierbij populair: het is interactief kijken en het biedt veel zenders. Daarnaast draait alles om de adverteerders. Bepaalde content is interessant voor bepaalde adverteerders. De vraag is wie wat gaat claimen en daar zijn we nog niet over uit. De status quo houdt dat tegen. In de toekomst zal goede content in HD zeker een gaan boost geven aan de televisie. Op dit moment hebben gemiddeld 4,5 miljoen Nederlanders een flatscreen. De kijkervaring is dus aan het veranderen en daarom is er nieuwe service nodig.

Henk Hagoort: Naast het aanbieden van nieuwe service, moeten daarnaast niet alleen de verschillende omroepmerken worden versterkt, maar is het ook raadzaam energie te steken in corporate merken: in dit geval de publieke omroep als geheel. Zowel het deel als geheel behoeven beiden meer investering om zichzelf in de toekomst staande te kunnen houden.

01-07-2009 |

Gebruikerslogin

immovator netwerk

Nieuwsbrief

Participanten

  • inholland
  • united broadcast facilities
  • hogeschool utrecht
  • media park
  • rabobank
  • provincie noord holland
  • syntens
  • TNO
  • kvk
  • GfK
  • gemeente hilversum
  • gemeente haarlem
  • media academie
  • Beeld en Geluid
  • RTL Nederland
  • gemeente amersfoort
  • ECP
  • Villa Heideheuvel
  • gemeente almere
  • publieke omroep