De omroepplannen van de regering
Er is de laatste tijd zeer veel gezegd en geschreven over de plannen van minister Van Bijsterveldt (OC&W). Tijdens het Mediapark Jaarcongres lichtte zij haar plannen toe. Maar wat zijn die plannen precies en hoe liggen de zaken? Uit de feiten: de publieke omroep is niet zo duur, zeker niet met sportrechten, maar maakt te veel programma's. Lees ook de reacties op de omroepplannen uit de sector en de pers.
De uitwerking regeerakkoord onderdeel media zoals gepubliceerd beslaat bijna veertig pagina's en een beperkt deel daarvan haalde de pers. Meer aandacht was er voor de reacties, die ook wij peilden vooraf en tijdens het Mediaparkjaarcongres.
Opvallende punten uit de brief van Marja van Bijsterveldt
* Kernzin: "De kwaliteit van de programmering in zijn geheel blijft onder de uitvoering van deze maatregelen gehandhaafd." Dit was nodig om drie netten te handhaven.
Hierbij past dus handhaving van de brede taakstelling, dat wil zeggen geen beperking op amusement zoals de commerciële omroep eiste:
* "De publieke omroep behoudt een brede taakopdracht, zoals alle andere Europese publieke omroepen. Een brede taakopdracht helpt eraan mee dat de publieke omroep een goed publieksbereik kan realiseren en daardoor daadwerkelijk maatschappelijk gewicht in de schaal legt. Een brede publieke omroep staat garant voor zijn kernfuncties: onafhankelijk nieuws, boeiende actualiteiten en serieuze informatie, en een hoog en vast aandeel kwetsbare genres, zoals kinderprogrammering, bepaalde sportcategorieën waaronder kleine sporten en gehandicaptensport, educatieve en culturele programmering."
* Het gaat om 200 miljoen euro vanaf 2015 en de organisatorische veranderingen, maar het aandeel van de landelijke publieke omroep beloopt 127 miljoen. En er is tijd voor: pas in 2013 wordt aangevangen met een bezuiniging van slechts 4 miljoen, in 2014 gevolgd door nog eens 50 miljoen, oplopend tot 127 miljoen in 2015.
* De besparingen kunnen (slechts) voor 19% gevonden worden in de generieke overhead van de landelijke publieke omroep als geheel. De mediaspecifieke overhead van de NPO kan 8% van de 127 miljoen opleven, het restant van 73% moet uit het primaire proces van de omroepen en de NTR komen.
* Geld komt vrij uit minder producties en/of een langere looptijd, redactionele samenwerking en integratie van aankoop.
* Bezuinigingen op omroepverenigingen (66 miljoen), NOS (8 miljoen), NTR (14,5 miljoen), 2.42-omroepen (13 miljoen), NPO (26 miljoen) en afbouw budget versterking programmering (26,5 miljoen).
* De vaste voet en het plafond van 400.000 leden worden losgelaten, ofwel: vanaf 2016 geldt hoe meer leden, des te meer geld voor omroepen.
* Erkenning voor 2021 e.v. bij 150.000 leden minimaal
* Omroeplidmaatschap nieuw leven inblazen, met meer betrokkenheid: minimumcontributie omhoog van 5,72 euro naar 15 euro per jaar.
* Verbod op cadeaus weggeven in ruil voor een lidmaatschap.
* "Terughoudendheid moet worden betracht bij internetactiviteiten. Deze moeten in het verlengde liggen van de programmatische activiteiten op het hoofdkanaal. Web only media-aanbod mag alleen via verenigingsbudget gefinancierd worden. Hier wordt scherp op toegezien. Het aantal internetsites moet drastisch verminderd worden."
* "Themakanalen moeten voortaan bekostigd worden uit de eigen middelen van de omroepverenigingen. De taakorganisaties vormen hierop een uitzondering; zij hebben immers geen eigen middelen."
* Het wegvallen van de Ster bij de publieke omroep heeft nauwelijks effect op de inkomsten van dagbladen, in het verleden wel eens gesuggereerd door deze sector. De marktpositie van dagbladen komt niet in het gedrang door de relatief kleine publieke omroep, maar veelal door grote markpartijen als Google en Apple, en hun nieuwe toegangspoorten tot nieuws, informatie en entertainment. De inkomsten van de Ster op internet zijn overigens gering. De netto afdracht over internet bedroeg in 2010 drie miljoen euro.
* Omroepdata: een realistische prijs ligt volgens het Commissariaat tussen 0,5 cent en 3,4 cent per abonnee. De NPO vroeg maar liefst 14 cent. Het Commissariaat stelt 1,95 cent per papieren gids voor en elke twee jaar een herberekening.
BCG-onderzoek
Precies op de dag van het Mediaparkjaarcongres (23 juni jl.) volgde de tussenrapportage van het onderzoek van de Boston Consulting Group naar de financiering van de publieke omroep. Daarin is aangegeven hoe er kan worden bezuinigd op de verschillende onderdelen, ondermeer: Overhead: 34 miljoen Primair proces: 89 miljoen.
Ofwel:
- Omroepverenigingen: 73 miljoen
- NPO 26 miljoen
- NTR: 14,5 miljoen
- NOS: 8 miljoen
- 2.42-instellingen: 6 miljoen
* In 2010 ging 72 miljoen naar sportrechten, een relatief beperkt bedrag gezien de gunstige onderhandelingsresultaten. Er is dus geen besparingspotentieel op sportrechten bepaald. De Publieke Omroep moet een 'investment case' opstellen om in de toekomst te bepalen wel of niet rechten te kopen.
* Opvallende conclusie van BCG is dat de overhead van 67 miljoen bij de NPO als totaal, ofwel 10% van de kosten, niet exorbitant is. Inefficiency zit volgens de financieel onderzoekers vooral in de programmering, en dan vooral op Nederland 2 en 3. Die maken met jaarlijks 560 en 520 programma's ook in een West-Europese vergelijking veruit de meeste programma's.
* Nederland 2 en 3 hebben een te groot aantal kortlopende titels als gevolg van “de druk op het schema” om alle omroepen in bijna alle genres aan bod te laten komen. Door deze fragmentatie in de programmering zijn programma's voor de kijker minder goed vindbaar en herkenbaar, het kijktijdaandeel is significant lager dan van langer lopende programma's. Ook op internet speelt die versnippering parten.
* Méér of langere afleveringen maken levert al ongeveer 35 miljoen op volgens BCG, terwijl “meer rust” in het schema kan leiden tot een hoger kijktijdaandeel.
* Het aankoopaandeel van de Landelijke Publieke Omroep ligt rond 12%, terwijl dit aandeel bij publieke omroepen in West-Europese landen gemiddeld op 23% ligt. De gemiddelde kosten van een uitgezonden uur 'aankoop' liggen 21.000 euro (ofwel 65%) lager dan een uur binnenlandse productie. Het aankoopaandeel opvoeren naar 17% van de uitzenduren levert 17 miljoen op, en operationele efficiëntie in Hilversum nog eens 9 miljoen.
* Bij de radio is 750 FTE werkzaam, waarvan meer dan 40% voor Radio 1. Er bestaan aanmerkelijke verschillen tussen omroepen in de redactionele inzet per uitzenduur. Er kan zeker 3,5 miljoen worden bespaard, en 2,5 miljoen door betere slotverdeling. Radio 4 kan met één redactie toe, maar veel levert het niet op.
* Schrappen van websites levert 2,5 miljoen op; meer multimediaal werken nog 1 miljoen en meer samenwerken online nog 3,5 miljoen. De Publieke Omroep telt 160 FTE werkzaam in innovatie & nieuwe media.
* Met nieuws en sport multimediaal werken levert nog eens 3,5 miljoen op. Personeel is relatief duur, daar kan 1,5 miljoen bezuinigd worden.
* De omroepen investeren 53 miljoen extra uit nevenactiviteiten. Het ministerie verschaft 761 miljoen direct plus 22 miljoen indirect. De uitgaven bedragen 869 miljoen. De verdeling is als volgt:
- NPO: 133 miljoen
- NOS: 173 miljoen
- NTR: 91 miljoen
- Omroepen: 424 miljoen
- 2.42: 27 miljoen
* De kostenverdeling was de afgelopen jaren zeer constant: Eigen personeel 29%, derden 8% en overige kosten: 63%.
* Per omroep verschilt de indeling in salarisschalen aanzienlijk, maar de namen van de omroepen zijn bij de opstelling hiervan niet genoemd. Gemiddeld is salariëring aan de hoge kant en er kan op bezuinigd worden.
* Qua personeel is veel te bezuinigen in marketing en communicatie bijvoorbeeld bij de Corporate Communicatie afdeling van de NPO.
Tweede Kamer akkoord
De voorstellen van minister Van Bijsterveldt zijn op maandag 28 juni aangenomen door de Tweede Kamer met de volgende belangrijke amendementen en bevestigingen:
- Omroepen die hun aangekondigde fusie niet voltrekken krijgen geen geld meer. De VARA is verplicht te fuseren met BNN, Tros met AVRO en KRO met NCRV.
- Een speciaal jeugdlidmaatschap voor de omroepen, waarmee jongeren tot 25 jaar voor 7,50 euro per jaar lid kunnen worden. Dit is in het leven geroepen voor BNN en mindere mate Powned.
- Maximaal drie presentatoren of bestuurders bij ‘de publieke’ mogen meer verdienen dan de Balkenendenorm.
- Omroepmedewerkers mogen jaarlijks nog maximaal voor 10.000 euro schnabbelen buiten hun omroepwerk. Verdienen ze meer, wordt dit van hun omroepsalaris afgetrokken.
- De VPRO, EO en Omroep Max blijven zelfstandig. Of er worden in de toekomst alleen maar gefuseerde omroepen toegelaten. Dan is er helemaal geen bonus voor de fusie-omroepen.
- De minister gaat op verzoek van de PVV na of er ten minste 35% Nederlandstalige muziek tussen zeven uur 's ochtends en zeven uur 's avonds op Radio 2 uitgezonden kan worden.
Lees hier de reacties uit de sector en de pers op de nieuwe omroepplannen.
29-06-2011 |
























